Restaurant
Piet
Paaltjens

Meestal leef ik mijn leventje redelijk gelukkig.
Ik verdien mijn geld met dingen die ik leuk vind om te doen en eten en
drinken is er altijd in overvloed. Toch zijn er af en toe momenten waarop
alle kwaaie driften bij me bovenkomen. En verdomd, bijna altijd is een
ambtenaar de oorzaak van deze minder plezierige momenten. Een paar weken
geleden liep ik met het vooruitzicht op een kop koffie en een krant opgewekt
naar de Lektuurhal. En daar gebeurde het weer. Op de voorpagina van ons
grootste regionale dagblad stond het bericht: conciërge mag geen soep
meer maken. Weg was de trek in koffie. Op twee scholen in Leeuwarden kookte
de conciërge soep voor de juffen en de meesters op de school. Lekker
met gehaktballetjes, sliertjes vermicelli, verse groenten en een mergpijpje
waardoor er van die kleine lekkere vetbolletjes op komen drijven. Toen
kwam de Keuringsdienst van Waren langs. Met de soep was niets mis, maar
de keuken was niet in orde. Voor thuis was de ruimte goed genoeg, maar
om er een keer per week een pannetje soep voor een paar leraren in te koken,
voldeed hij volstrekt niet. Daar voor moesten de tegeltjes tenminste tot
aan het plafond reiken. Ook moesten er om worteltjes en selderij te snijden
twee verschillende snijplanken worden aangeschaft. Deze investering was
te duur voor de school, dus was het afgelopen met de soepkokerij. Maar
pas echt pissig werd ik van de reactie van de directeur van de school.
Ja, het was wel jammer, maar gelukkig hadden ze een goede vervanging aan
de automaat waar cup a soup uit kwam. Godbetert cup a soup. Zout water
met een chemisch smaakje. En misschien krijgt mijn dochter later les van
deze hagelslag vretende schoolmeeste. Wat gaat hij haar dan leren; dat
cup a soup soms ook eten is? Ik verslikte me in mijn inmiddels aangereikt
kopje koffie en mijn collega's zeiden dat ik wat moest kalmeren. Maar ik
moest nog even doorschelden op de Keuringsdienst. Waar bemoeien die eikels
zich mee. Ooit kocht ik lekkere schapenkaasjes, maar de mevrouw die de
vijftig kaasjes per week maakte in haar smetteloze betegelde ruimte moest
stoppen omdat het plafond twintig centimeter te laag was. In restaurants
krijg je koude kaas om dat deze van de dienst alleen maar in de koelkast
bewaard mag worden en niet zoals het hoort op een graadje of twaalf. Eieren
zien ze ook liever niet in de keuken, ze hebben liever flessen met gesteriliseerd
en smakeloos vloeibaar ei en iedere dag moet ik een logboek in vullen waar
de temperaturen van mijn vriezer, mijn koelkast, mijn borrel en mijn serveerster
in staan. Deze mensen willen alles laten verworden tot een grauwe smakeloze
gemene deler. Mijn collega's hadden mijn gejeremieer allemaal al eens eerder
gehoord en waren inmiddels weggelopen. Uitgeraasd ging ik naar boven om
de post door te nemen. Uiteraard een brief van de gemeente. In ambtelijke
taal werd mij mede gedeeld dat de regelgeving voor de jaarlijkse horeca
exploitatie vergunning werd vereenvoudigd en vervangen door een drie jaarlijkse.
Wat ook inhield dat de leges meteen maar even voor drie jaar betaald moest
worden. Maar toen ik het restaurant begon had ik al leges betaald voor
een vergunning die, zoals een verveeld kijkende ambtenaar me toen vertelde,
geldig was zolang ik het restaurant bezat. Maar waarschijnlijk zat
de gemeente te springen om geld en voerde voor wat extra pecunia de jaarlijkse
vergunning in. De politie ging het innen. Nu zijn politieambtenaren alleen
in televisieseries sympathiek en slim, dus ontving ik een rekening voor
mijn eigen restaurant en voor dat van mijn collega op de andere hoek van
de straat. Na dat ik een klein kwartiertje in de wacht was gezet op het
nul negenhonderdnummer van de politie kon ik mijn klacht kwijt en werd
de fout hersteld. Ik liet de overige post maar ongeopend, trok een koksjasje
aan en ging weer naar beneden. Ik had nog veel te doen; scharreleitjes
splitsen voor het eigengemaakte roomijs, de rauwmelkse Franse kaas uit
de koeling zetten zodat die over een aantal uren op temperatuur zou zijn.
En wie weet kwam er die avond wel een tafeltje ambtenaren potverteren.
Hoewel dat laatste natuurlijk altijd gedeeltelijk een sigaar uit eigen
doos is.
H