It’s
not my time, zegt acteur George Clooney in het Nespresso spotje tegen
Petrus aan de hemelpoort. En zo denk ik er eigenlijk ook wel over.
George en ik hebben nog het lichaam van een jonge god, daar kunnen we
nog veel dames mee plezieren, dus het woord verscheiden, voor hem
‘decease’ of ‘passing away’ , komt in ons
woordenboek niet voor, alhoewel ik Kramers woordentolk voor de
Engelse uitdrukking wel even uit de kast gehaald heb. En toch heb ik
vorige week een uitvaartverzekering afgesloten. Dat kwam meer door mijn
verzekeringsadviseur dan door mij, zelf zou ik niet op het idee gekomen
zijn. Maar goed, mij krijg je er als nabestaande nu wel onder. Waar ik
voor viel was het het gegeven van de verzekering dat ze alle laatste
wensen van de overledene gaan uitvoeren. Het kan zo gek niet zijn of ze
vinden iemand, legaal of illegaal, die er voor zorgt dat jij je laatste
rustplek vind en vooral ook bereikt, die je aangegeven hebt. Mijn vrouw
vroeg me nog of ik het niet overdreven vond, gezien mijn leeftijd en
conditie en, samen met George, mijn goddelijk lichaam, dit nu al te
regelen. Maar ik was niet meer te stuiten. Want ook al ben ik import en
woon ik pas 25 jaar in onze mooie stad, ik wil hier nooit meer vandaan.
Zelfs dood niet. Ik zal vertellen waarom. Op het Hofplein staat al
jaren het beeld van een stadhouder van lang geleden die wij Friezen
volgens de geschiedenisboekjes Ùs Heit noemen. Een creatieve
geest heeft daar een aantal jaren geleden een soort grachtje rond
ontworpen. Een grachtje dat meestal droog staat. Mocht ik nou
onverhoopt het loodje leggen dan zou ik graag in dat toch al droge
grachtje willen liggen, dat dan opgevuld kan worden met een paar zakken
potaarde en wat geraniums in de zomer. Maar het mooiste is dat het hele
plein tegenwoordig één groot crematorium lijkt. Waar in
andere steden de pleinen zijn vergeven van leuke en vrolijke parasols
en zonneschermen met reclames van Heineken en Coca Cola lijkt het
mooiste horecaplein van Liwwadden een groot openlucht aula van een
crematorium. Chris begon er mee met zijn mooie tent ‘Sems’.
Houten, op kerkbanken gelijkend meubilair op het terras en zwarte
zonnewering voor de ramen. Dat terwijl het bij de Toeter aan de
overkant ook al niet zo zonnig was. Meeatal kom ik daar pas laat in de
nacht, maar ik gok de kleur van de markiezen op donkerbruin. Plus dan
nog het straatmeubilair, dat me doet denken aan het ruw houten kruis,
waardoor ik altijd bang ben dat ik op onze Lieve Heer zelf ga zitten;
ook al is het opgevrolijkt door wat kussens. En dan de nieuwste speler
op het plein, de Walrus. Eten, drinken en donkergrijze en stemmige
markiezen en terrasmeubelen. Met vlammende hellevuurtjes op de hoeken
van het terras. Kortom, het plein is een ideale plek voor een
begrafenis. Zeker als je vlakbij woont. Want waarom zou je die drukte
in huis halen. Eerst even een nagedachtenis bij de Walrus, dan
een tochtje naar Ùs Heit om in het grachtje begraven te worden.
Vervolgens met zijn allen als nabestaanden en geliefden eten bij Sems
en voor de liefhebbers en stille vriendinnen nog even een afzakker in
de Toeter. Alles in stemmig zwartgrijs en bruin, hoewel ik, dat zei ik
al van die laatste kleur niet zeker ben. We hebben Klaas in stijl
weggebracht zal er later gezegd worden. Het fijne is dan dat ik die
rotzooi en drukte niet thuis heb. En heel misschien, heel misschien
giet er dan nog wel eens iemand die ik gekend heb een glaasje wijn of
een flesje bier tussen de geraniums aan de voeten van Ùs
Heit, net op dat plekje waar ik dan heel tevreden lig. Begraven op het
mooiste stukje Liwwadden, vlak bij de openlucht- crematoriumaula.