Piet Paaltjens
Dichter-Dominee 1835-1894
Gisteren de tiende dag van aardappelen in de schil als middageten. Aardappelen in de schil is verschrikkelijk gezond, vanwege de vitamine
die vlak onder de schil huist. Maar er zijn aardappelen en aardappelen onder de schil. Als je dertig krieltjes in je pannetje krijgt
inplaats van zeven of acht grote, en als ze ook nog hard en glazig zijn, inplaats van lekker kruimig, gaat de leut voor de vitamine er af
Zeker als ze zo goed als koud zijn. Elke dag ben ik moedig aan het pellen van mijn armetierige aardappeltjes begonnen, ik heb ze
ook, zo koud als ze op het laatst ook waren, gedoopt in wat surrogaat goulasj met een snippertje boter uit eigen voorraad, moedig
gekauwd en doorgeslikt. Maar gister smaakten mijn aardappeltjes, kleiner en onooglijker dan ooit, naar zeep, slechte zeep. Ik heb
ervan gegeten zolang het ging, en toen was ik zo ziek van de zeepsmaak, en toen had ik van het pellen zo meer dan genoeg, dat ik het
restant eenvoudigweg in het vuilnisvat geworpen heb. Ziezo, daar was ik dan tenminste af. Maar de zeepsmaak, hoe kwam ik daar af.
Een pruimpje, dacht ik, een echte reine-claude, zou wel goed zijn. de zeepsmaak bleef, hij kleefde aan mijn verhemelte, plakte tegen
mijn tanden. Een peertje, dacht ik, een fijn sappig peertje pas per briefpakket aangekomen. Gaf niets: de zeepsmaak bleef. Ik heb nu
definitief genoeg van mijn aardappelen: ik wil ze niet meer pellen, niet meer eten, niet meer zien! Toen ik vanmorgen langs de centrale
keuken ging, zaten daar honderden vrouwen aardappels te schillen, zoals gisteren, zoals eergisteren. Waarvoor schillen al die vrouwen
in 's hemelsnaam aardappels als ik ze toch in de schil moet eten en ze dientengevolge nu niet eet? Onbegrijpelijk, zoals zoveel in
Westerbork onbegrijpelijk is.Bron: 'In Dépôt'. Dagboek uit Westerbork blz 124 van Philip Mechanicus
Athenaeum-Polak & Van Gennep Amsterdam 1985