Piet
Paaltjens
Dichter-dominee 1835 - 1894
| Recept voor Rode bietensoep Misschien door 't fortuin van de Hollandsche Natie Raken roodkokers steeds meer uit de gratie Dat is voor een deel toch wel wat onterecht Want de kroot en zijn loof, die smaken niet slecht Van alle potages is een soep van de biet Bij Hans en bij Gerdie haast wel favoriet Des soeps volle smaak en des soeps fraaie kleur Verlenen de start van Uw eten meer fleur En is zo Uw liefde voor bieten ontloken Dan slaat U vast vaker aan het krotenkoken. U raspt Uw bieten, 't liefste jonge En stooft die zacht en ongedwongen In boter met wat ui erbij Naar keus met nog wat kruiderij Na tien minuten gaan ze zwemmen (Het harde koken blijft U remmen In fond van vlees (of vegetarisch Wanneer het doden een bezwaar is) Zo'n drie ons biet per maat bouillon wij stelden vast, dat dat wel kon Na een kwartiertje zachtkens zieden (De biet is dan niet meer solide) Drukt U de prut, liefst, door een zeef Of U pureert het zonder sleef Dan nog een beetje vocht afkoelen En daar een eidooier doorwoelen Dat giet U roerend in de pan Daar wordt het wat gebonden van Maar past U op! Het moet niet koken, Want dan is het fluweel gebroken Drie drup azijn, voor een fellere geur En wat peterselie. Contrast in kleur tenslotte nog, dit duurt het kortst, Een klodder room, dat hoort bij Bortscht De kleur en smaak van dit gerecht Voeren Uw kerstavond pas echt Tot aan de top der gourmandise: Wie kroten kookt kan niet verliezen. Hans van de Sande 1942 Bron: kookgedichten van Hans van de Sande |