In Holland
Heus, in het noordelijke Vlaanderen versmaadt niemand de vreugden van
een lekker hapje en een goed glas, maar een Fransman, die bij een
Hollander voor het diner is uitgenodigd, bekijkt de op tafel
uitgestalde spijzen met nauw
verholen schrik: soep met gehaktballetjes en postelein, soep met wijn en kaneel, haas en eend met appelmoes, kip
met rodebessengelei, kalfsvlees met appels uit de oven en lof, rode
kool met vet en honing, sterke, gepeperde kaas, gember, en schijven
meloen en kersen gekonfijt in azijn bij wijze van augurkjes en pickles. Dat wat betreft het
eten. Daarbij drinken ze bier, een purperrode bordeaux waaraan alcohol is toegevoegd, en bij officiële diners
goudgele port en bleke rijnwijn.
De maaltijden nemen het grootste deel van de dag in beslag.
Om acht uur 's morgens staat de thee te dampen in de koppen, en op
tafel staan plakken ontbijtkoek en boter, rettich en rookvlees,
roggebrood en krentenbrood keurig in het gelid.
Om elf uur is er een tweede ontbijt bestaande uit koffie met melk, beboterde en met anijskorrels bespikkelde
boterhammen, Hollandse kaas, en tot groen poeder geraspte schapenkaas.
Om vier uur het diner: soep, drie of vier schotels met aardappelen erbij.
Tenslotte om acht uur een souper waarbij opnieuw thee wordt gedronken en waar men wederom boterhammen van
allerlei soorten brood verorbert.
Als u bij al die eetpartijen en al die dranken de aperitiefs optelt, die ze hier bittertjes noemen - de gesuikerde
Schiedam. de rode of gele bitter vermengd met jenever - dan kunt u wel zeggen dat u opgestaan bent vóór tafel
en dat u weer naar bed gaat ná tafel.
Joris-Karl Huysmans (1848 - 1907)
Uit: In Holland. Athenaeum - Polak & Van Gennep. Amsterdam 2001
Vertaald door Rosalien van Witsen