Woensdagochtend:
Abominabel voelde ik me. Depressies, slechte stoelgang,
huidirritaties... Het werd tijd voor een grondige
zuivering van het bloed. Ook mijn vrouw had vaak, in de overgang naar
de lente, allerlei kwaaltjes.
Menstruatiestoornissen, duizeligheid... Veel beter dan Pleegzuster
Bloedwijn vond ik mijn eigen remedie
tegen die ongemakken: het wekelijks nuttigen van 'n krachtige
knoflooksoep. Het recept, geniaal van
eenvoud, kreeg ik van Maurice, een verstokte francofiel, die 't op zijn
beurt weer had van een druiven-
plukker. Het is lang geleden maar ik weet nog precies hoe vurig Maurice
de soep roemde. 'Een oer-medi-
terrane soep. De Romeinen waren er verzot op. En 't is ook zo
goed voor de lever... Je hele fysieke toe-
stand wordt er door beïnvloed. Een soep waar je hooggestemd
van raakt!'
Hij had niet overdreven, Maurice.
Ik ging aan de slag onder de druk van de omstandigheden.
2½
liter water aan de kook brengen, met daarin (schrik niet) 30
à 40 teentjes knoflook,
van de schilletjes ontdaan, plus 4 middelgrote aardappelen in blokjes.
Als 't kookt 2 bouillonblokjes toevoegen; laten oplossen. 'Echte bouillon', getrokken van bv.
runderpoelet, kan natuurlijk ook, maar bedenk wel dat de knoflook van zichzelf al een zeer sterk
aroma heeft.
Het vuur laag zetten, en vervolgens in de pan: 'n miniem scheutje olijfolie, Italiaanse kruiden, 2
kruidnagels, 'n takje peterselie, 'n laurierblaadje, een paar gekneusde peperkorrels, 'n pietsie salie.
Alles net zo lang zacht laten koken(40 minuten) tot de teentjes en de aardappelblokjes zeer gaar
zijn geworden. De bouillon door een zeef in een andere pan gieten. De massa die overblijft in de zeef
met een vork of lepel fijnstampen, en volhardend dóór de zeef wrijven, waarbij de onderkant van de
zeef steeds goed moet worden schoongemaakt.
Ten slotte de soep op temperatuur brengen, wellicht naar smaak zout en peper uit de molen toevoegen
en dan bestrooien met pikante gemalen kaas (beslist geen Parmezaanse-uit-een-pakje).
Enfin, met stokbrood en een glas wijn erbij, weet je niet wat je proeft!
Woensdag, half één, de soep was klaar:
Het wonderbaarlijke van de soep met zo'n 40 teentjes knof is dat je er nauwelijks een penetrante uit-
ademing aan overhoudt. Terwijl je na een toastje knoflookboter nog best een etmaal kan nawalmen.
Namiddag:
Eerder dit jaar had ik op de radio, in VPRO's Pandemonium, al vluchtig het recept van de Knofsoep door-
gegeven. Het frappeerde me dat veel luisteraars het recept zo maar eventjes uit mijn spraakwaterval
hadden opgepikt. Niet dat ik op mijn wekelijkse radiovertellingen geen response kreeg, het tegendeel is
waar, maar het blijft gek dat bij de VPRO de telefoon roodgloeiend stond als ik in mijn causerie een een-
voudig kooktipje had verwerkt. En al gauw stroomden de brieven binnen.
Een voorbeeld. 'Mijnheer Van Doorn, wij genieten altijd hartstikke van uw programma. Maar laat mij
weten of Uw soep met twee of meer aardappels gebonden moet worden. groeten van tante Jopie, en je kan
me nog altijd bellen ook.'
Die sfeer. Een ansicht uit Valkenburg. 'Onwijs gaaf, Jhonie, wat een zalige soep. Groetjes van Moniek en
Jean. P.s. in ons huuske hebben we knoflookstrengen aan de deur en voor de ramen hangen. Om de duvel uit
de buurt te houden. Kusjes van onze knuffeltjes.'
Verrek, dacht ik, dat komt me bekend voor. Die knoflookstrengen had ik in Dracula-films gezien. Ze hingen
daar in stulpjes van angstige boeren als afweer tegen de bloedgeile Graaf en zijn medevampiers.
Voorts kreeg ik een mooie brief van William, een student, die mij schreef dat hij reeds na het nuttigen van
drie knofsoepen niet alleen van zijn hardnekkige jeugdpuistjes af was, maar tevens door mijn welriekende
'purgeermiddel' zijn potentie had hervonden. Zijn vriendin Ans zou me daar spoedig nog eens extra kond
van doen.
Johnny van Doorn. 1944
- 1991
Bron: Door de weken
heen. Dagboeken. De Bezige Bij 1988