Piet Paaltjens
Dichter-Dominee 1835-1894
Aan Mijnheer N.N. die mij genodigd had op de harst
van 't varken
Beleefde heer en vriend,
dit kleine briefje dient
om u te laten weten,
dat ik mij heden met
leedwezen vind belet
bij u te komen eten,
noch zelf kan zijn present
als men het testament
zal openen van 't verken-
maar laat niet dies te min
met gasten en gezin
het lichaam te versterken
met wat het achterlaat
bij erf'nis of legaat
of vorm van codicillen;
misschien hierna dat ik
een beuling of een stik
nog krijge van de billen.
Voorts dank ik u, mijnheer,
voor al de deugd en eer
die gij mij deed voor dezen
en, zo 't de kerfstok lij,
zal ik een vrijdag bij
u op een visje wezen.
Jacob Westerbaen 1599 - 1670
Uit: Gedichten. Bloemlezing uit het werk van een levensgenieter
Samenstelling: Johan Koppenol.Athenaeum-Polak & Van Gennep
Amsterdam 2001