Boek Piet Paaltjens                                   Piet Paaltjens  Dichter-dominee  1835 - 1894                             


Beginpagina

Jeugdjaren in Leeuwarden

Studententijd in Leiden

Predikant in Foudgum

Predikant in Den Helder

Predikant in Schiedam

Over Piet Paaltjens

Culinaire citaten

Gedichten over eten en drinken

Culinaire bloemlezing



Contact  

De aardappeleters

De plaggen houden nauwlijks het verband tesamen.
De thijm is in de late herfst reeds uitgebloeid
Nu zijn de rasters der gebroken ramen
met witte winterklimop dichtgegroeid
en bieden weerstand aan het offensief der winden,
vermoeide ledematen die aftands
in d'onrust delen van de verveloze blinden,
geplaagd door de sint vitusdans

In deze ruimte aan de dorre grond ontwrongen,
als grijze mussen in 't bevuilde nest,
schurken zij schuw te saam gedrongen
tussen de scherpe geur van eigen mest
waarin elk jaar het moederdier moet jongen

Als kindren voor de dingen doodsbevreesd
voelen zij levenslang de druk van de verdrongen
aarzling die zij vormen tussen mens en beest
en mijden het angstvallig veel te spreken,
elk woord wordt tot verbraste overdaad.
Alleen hun handen vormen nog een zuinig teken
waarmee zij duiden als een nauw gedulde daad

En iedre avond wordt hun lot te saam gebonden,
onzichtbaar rond het vaste brandpunt van de schaal.
Van 's Heren tafel vallen dan
de kruimels voor de honden
die gulzig aanslaan voor het laatste avondmaal


J. Wemelsfelder. 1922 - 1988
Bron:  Spiegel van de Nederlandse Poëzie door alle eeuwen.  1940 -1957. Derde deel
Victor E. van Vriesland.
J.M. Meulenhoff, Amsterdam 1957