Boek Piet Paaltjens                                   Piet Paaltjens  Dichter-dominee  1835 - 1894                             


Beginpagina

Jeugdjaren in Leeuwarden

Studententijd in Leiden

Predikant in Foudgum

Predikant in Den Helder

Predikant in Schiedam

Over Piet Paaltens

Culinaire citaten

Gedichten over eten en drinken

Culinaire bloemlezing

Culinaire links

Culinaire reizen, kooklessen

Contact  

De absinth van de dode

                                   voor Georges Hugo

Op Madagaskar is het gebruikelijk de overledenen aan gene zijde van het
graf te blijven verzorgen.  Is iemand bij leven een dronkaard geweest, dan
acht zijn weduwe het haar plicht hem zijn lievelingsdrankje te brengen.

Voordat ik aan het gas ga
of in de Seine plons,
ga ik naar Madagaskar -
dat is, goddank, van ons.
Het is daar veel verlichter
voor mij als dronken dichter
dan bij ons, bleekgezichten;
dat merkte ik aanstonds.

Daar trouwen biedt een voordeel
dat het bij ons niet heeft:
de wet is er van oordeel
dat ook een dode leeft,
iets waar ik graag in meega,
daar, als ik vóór haar heenga,
nog steeds mijn trouwe eega
voor mij te zorgen heeft.

Te gek om los te lopen:
ik heb zowat vanaf
mijn wieg al veel gezopen,
maar zij mag - ik sta paf! -
mij daar niet om schofferen;
ze moet het tolereren,
wat héét, het respecteren
tot aan, en ín het graf.

Heb je bij ons één glaasje
Pernod te veel gehad,
begint je vrouw te blazen
en krijsen als een kat,
dat je wéér in de mist bent,
een rasalcoholist bent,
een vuile egoïst bent,
een kroegloper, een rat!

Ik denk dat ik geen ras ken,
waar iemand beter dan
daar bij die Madagasken,
een vrouwtje zoeken kan.
Ze laat je rustig tanken
en blijft je glas bijschenken,
zelfs (moet je je indenken!)
als je morsdood bent, man!

Ik ben dus dood, hartstikke.
Mijn vrouw, zojuist verweeuwd,
brengt mij, goddank, nog snikkend,
waar mijn karkas om schreeuwt:
mijn lijfdrank, onverpoosd, en
al kan ik niet meer proosten,
dat zal mij veel meer troosten
dan heel haar tranenzee.

Straks, op die dag, een droeve,
zie ik haar, schone fee,
verschijnen aan mijn groeve
met een Pernod frappé.
Door één groot niets omgeven
waan ik me dan weer even,
een schim gelijk, in leven
in mijn vertrouwd café.



Raoul Ponchon. 1847 - 1939
Vertaling Paul van den Hout.
Bron: De gifgroene muze. Absinth in de literatuur.
Samenstelling: Meindert Burger en Ike Cialona
Uitgeverij Bas Lubberhuizen. 2005