Piet Paaltjens
Dichter-Dominee 1835-1894
Bij het avondbrood
Zoals een man (zijn hand grijpt wulpse wijn
of bier, dat bronstig op de beker schuimt),
denkt aan wie hij gehad heeft, wie verzuimd,
en hij weet niet wie hem de liefste zijn;
Zoals het derde glas hem dan de pijn
blootspoelt, nog steeds niet uit de weg geruimd:
bedding van zijn bestaan - zijn kwade luim
tiert los en één naam is 't dronken refrein -
Niet zo denk ik aan U, bij 't avondbrood,
dat ik met water eet, omdat ik leven wil
en niet verstarren in de vaste wil
U weer te zien; want wijn maakt lippen rood,
de weerstand zwak en het verlangen groot
en wijn noch water, waar 'k die dorst mee stil.
Eric van der Steen 1907 - 1985
Gemengde berichten, gedichten 1932-1958
Amsterdam 1976