Boek Piet Paaltjens                                   Piet Paaltjens  Dichter-dominee  1835 - 1894                             


Beginpagina

Jeugdjaren in Leeuwarden

Studententijd in Leiden

Predikant in Foudgum

Predikant in Den Helder

Predikant in Schiedam

Over Piet Paaltens

Culinaire citaten

Gedichten over eten en drinken

Culinaire bloemlezing

Culinaire links

Culinaire reizen, kooklessen

Contact  

Blonde Roosjen uit de taveerne

Blonde Roosjen zag het geerne
Dat het drietal nederzat
In heur lustige taveerne,
Want het hield zijn kerfstok glad.
Maar tot vrijers? , , , , fij, wat grillen!
'Neen ik,' peinst het maagdelijn:
'Als ik ooit zou trouwen willen,
't Moest met buurman Gerrit zijn!'

Hoor dat roepen, hoor dat razen
Van de vreemde kameraads,
Dat de kannen en de glazen
Zich bewegen vander plaats!
't Oolijkjen wipt dienend binnen.
'Roosjen!' schaatrenze alle drij:
'Iemand onzer zùldij minnen!
Slechts de keuze laten wij!'. . . .

Toen sprak Huijb, met leêger kanne
Schongelvlotig op zijn bank:
''k Schenk-je, wordij mijn genanne,
Louter gerstebier voor drank!'
Roosjen hartjen klopt geruster,
En de schalke glimlacht vast:
'Overdaad is Armoê's zuster:
Vlaamsche drinkers? . . . . Roosjen past!'

Carlos schudt de zwarte lokken:
'Neske blonde! neemdij mij,
Duizend hartjens, zonder jokken,
Kweelen weg van jalouzij!', , , ,
't Was of eensklaps de ernst der Vrouwe
't Purper hoogde van haar kleur:
'Wufte Min belooft geen Trouwe:
Spaansche Valschaarts? . . . . Neen, Sinjeur!'

Blaise rijst en heft zijn beker:
'k Ben een bloedneef van  Breauté!
Neemdij mij, dan benje zeker:
'k Breng mijn hopmansdegen meê!'. . . .
Maar - de kleine is weggeschoven,
Door de deur nog meesmuilt zij:
'Weinig doen die veel beloven:
Fransche Snoevers? . . . . Grammercy!'

Daar meê ginkze. - Dertien weken
Koelden niets van haar besluit:
Eer de laatste was verstreken,
Was zij buurmans Gerrit's bruid.
Vroolijk was hij - waar het paste;
Dertel - maar in eer en deugd:
Een wien vroeg de lauwer waste,
En in alles - 't puik der Jeugd!

Toen het paartjen hoogtij vierde,
Zat ons drietal meê te gast:
Huijb was buisjens, Blaise tierde,
Carlos - och, wat meisjenslast!
En als Gerrit van zijn Roosjen
't Eerste hijlikskusjen stal,
Zeî-ze, lispend met een bloosjen:
'Hollandsch Deeglijk bovenal!'



Jan Jacob L. Ten Kate  1819 - 1889
Bron: "Hoog het Glas", zangen uit noord en zuid, bijeengebracht door Gustaaf Van Elring. 1926
Aangeboden door Wijnhandel Ferwerda en Tieman, Amsterdam
"Boek en Periodiek"
R.J. Goddard - Den Haag