Piet Paaltjens
Dichter-Dominee 1835-1894
D a n, l a n g za m e r h a n d d r o n k e n w o r d e n d
van pop, powezie en pils
staat hij uit zijn stoel op
zijn tikmasjine duvelt op
de grond;
hij weet de rand van de taal bereikt
voorzichtig naar een oude
boekenkast schuifelend
(soms wordt hij eeuwen stof)
negeert hij het dode grijze oog
bij een aantal tijdschriften en bundels
blijft hij staan en probeert zijn leven
in gestrekte sentimeters te schatten
het loont nauwelijks de moeite.
Hans van de Waarsenburg 1943
Uit: eenenzestig-negenenzestig powezie. Antwerpen 1972
Bron: De Nederlandse Poëzie van de negentiende en twintigste eeuw in duizend en enige gedichten.
Samengesteld door Gerrit Komrij. Bert Bakker 1996 Amsterdam