Boek Piet Paaltjens                                   Piet Paaltjens  Dichter-dominee  1835 - 1894                             


Beginpagina

Jeugdjaren in Leeuwarden

Studententijd in Leiden

Predikant in Foudgum

Predikant in Den Helder

Predikant in Schiedam

Over Piet Paaltens

Culinaire citaten

Gedichten over eten en drinken

Culinaire bloemlezing

Culinaire links

Culinaire reizen, kooklessen

Contact  

De nieuwe drankwet


Langzaam gaat ons ras verslappen,
Holland heeft al lang gekraakt;
Daarom word er op het tappen
Gauw een strenge wet gemaakt.
Als we dan geen drop meer drinken
Is het Vaderland gered.
Laat ons daarom stevig klinken
Op die nieuwe proppieswet.

In Den Haag woont de Minister,
Die de man is van den dag.
Hij bedenkt er en beslist er
Hoeveel iemand drinken mag.
Laat ons zijne wetten lezen,
Wetten vol verdoemenis.
Dronken mag men niet meer wezen,
Zelfs niet als  't van liefde is.

Opgeheven tapperijen
Richt men in tot societeit.
Daar zijn grote slemppartijen
Met geen enk'le wet in strijd.
Daar kan men dan lekker peeren,
Tot men onder tafel glijdt,
De politie mag men weren,
Want het is een societeit.

Is de kastelein gestorven,
Komt zijn vrouw in narigheid;
Heel het zaakje is bedorven:
De vergunning is ze kwijt.
Want de wet dwingt 'r tot trouwen,
Zelfs al is ze tachtig jaar;
Voor zoo'n uitgedroogde ouwe
Staan zoo gauw geen mannen klaar.

Vrouwvolk mag niet meer bedienen.
Wee den armen kastelein
Zoo zijn lieve kelnerienen
Niet zijn eigen dochters zijn.
Zonder frissche jonge meiden,
Is zijn zaak geen steek meer waard.
Hij moet van zijn vrouw gaan scheiden
Als ze hem slechts jongens baart.

Ook verbiedt de wet gordijnen,
En beboet de kastelein
Als zijn glazen vettig schijnen,
Of door mist beslagen zijn.
Maar daar is geen middel tegen,
't Staat niet in de wet vermeld.
Daarom worden van rijkswege
Glazenwasschers aangesteld.

Voor die schitterende glazen
Zit men zoo, dat elk je ziet.
En de arme stakkers razen
Als ze zien hoe je geniet.
Iemand met een goed geweten
Gaat dus, in zoo'n kooi-café,
Achter parapluien eten,
Heel de buurt eet anders mee.

Vroeger dronk je voor een duppie
Of een stuiver van dat vocht.
Tegenwoordig wordt je druppie
Enkel maar per kruik verkocht.
In zoo'n kruik gaan dertig proppies;
Sla die maar eens door je keel.
Door die kruiken met die doppies,
Drink je dertigmaal zooveel.

Gaat men een café verbouwen,
Dwingt de wet de kastelein
Dat zijn zaken, na 't bouwen,
Voor een tiende kleiner zijn.
Als hij dus zoo'n karreweitje
Bijgeval een paar maal dee,
Dan verdween zijn tapperijtje
En hij tapte op de plee.

J. H. Speenhoff. 1869-1945

             Uit:
   De dorstige dichter

omvattend  een bescheiden
verzameling  gedichten  en
 liederen uit  nabij en ver
  verleden ,    handelende
   over den drank en zijn
    schenkplaats ,  over
     den  dorstige  en
          over   de
             dorst
               v
               e
               r
               g
               a
               a
               r
               d
             door
    HAN. G. HOEKSTRA
    uitgegeven door:
    Bigot & van Rossum n.v.
    - Amsterdam  1939