Piet Paaltjens
Dichter-Dominee 1835-1894
Het brood
Waar geleefd wordt en geleden,
Waar geboet wordt en gebeden,
Waar gestreefd wordt en gestreden
Met de nood en met de dood,
Klinkt de menselijkste aller beden:
"Geef ons heden
't daaglijks brood!"
Uit der mensheid drokke scharen,
Zwellende als de woeste baren,
Suizende als de korenaren
Uit der oceanen schoot,
Komt de smeekbede opwaarts jagen:
om te vragen
't daaglijks brood.
Brood, gij koningsvrucht der aarde,
Koesterend door haar bewaarde,
In uw sterven steeds bepaarde
Tot de schone lentedag,
Als het levenkwekend koren
uit de voren
kiemen mag.
H.J.A.M. Schaepman 1844-1903
Uit: Stadjuweel. Uitg.W. Versluys, Amsterdam
Bron: Wat het harte boeit. Verzameld door J. Riemens-Reurslag
W.P. Van Stockum en Zoon. 's-Gravenhage 1948