Boek Piet Paaltjens                                   Piet Paaltjens  Dichter-dominee  1835 - 1894                             


Beginpagina

Jeugdjaren in Leeuwarden

Studententijd in Leiden

Predikant in Foudgum

Predikant in Den Helder

Predikant in Schiedam

Over Piet Paaltjens

Culinaire citaten

Gedichten over eten en drinken

Culinaire bloemlezing



Contact  

 

Het tabakroken

Die heb met Godvergeten hand
zijns grijzen vaders nek gebroken,
die 't eerst dat heilloos stinkend roken
heeft ingevoerd in 't vaderland.
Hij gaf 't verachtlijk wormgebroedsel
der laffe en vuile luiheid, voedsel
in breinbedwelmings toverrust:
hij was 't die vlijt en spierkracht doofde,
en 't mensdom 's levens waarde roofde
voor dronkenschap der zwijmellust. -

Waar ben ik? In wat hel van rampen?
Op ieder voetstap waar ik treê,
omwalmt mij 't walglijk onkruiddampen,
en doet mij borst en longen wee.
Hoe keert mij 't hart en de ingewanden,
wanneer dit stinkende oliebranden
zijn gifdoor heel de lucht verspreidt,
in 't lichaam om met pijnlijk wringen!
En geldt dit voor versnaperingen,
voor feestonthaal en lieflijkheid? -

O gouden tijd van onze vaderen,
toen de ouderwetse goede sier
vernieuwde krachten stortte in de aderen
in 't smaaklijk voedzaam gerstenbier!
Doch, Frankrijk, ja bij uw venijnen
van aangezette valse wijnen
heeft ook dit gif zijn rechte plaats.
Welaan, het moog wie 't lust vermaken;
voor mij zal nooit die wierook blaken;
voor mij geen stinkend dampgeblaas!


Willem Bilderdijk (1756-1831)
uit: Leven, ach, wat zijt gij toch?