Piet Paaltjens
Dichter-Dominee 1835-1894
Laatste avondmaal
Het pleisteren smoel van de tijd, in tempera
huiveren ontdane kleuren
landschap dat zich opdringt
en in het laatste licht degeen die achterbleef
naar voren schuift
liggen is zitten geworden, doorstaan
de tafel gedekt voor het einde
het brood in zijn handen verkruimeld en wijn
heeft zijn lippen geverfd
hij graait naar een slip van het laken
en valt, valt dan voorover
bederf vult de ruimte tot over de randen
Hans Tentije 1944
Uit: Drenkplaatsen. Gedichten 1975 - 1987. Amsterdam, 1994
Bron: De Nederlandse poëzie van de negentiende
en twintigste eeuw in 1000 en enige gedichten
samengesteld door Gerrit Komrij
Uitgeverij Bert Bakker Amsterdam 1996