Piet Paaltjens
Dichter-Dominee 1835-1894
Met mes en vork
Aanbraden op hard vuur;
Boter, ui, boompje peterselie
En graag dat teentje knoflook
Want die moeten erbij.
Schrik nu en kleur
Sudder. Geur.
Zeker, ik bestrooi je
Met peper en zout,
Ik prik je waar is voorgeschreven
En niettemin draai ik je teder om.
Ik blus je grote bek en even hap je
In een wolkje droge witte wijn.
Eigenlijk had ik je nog willen kietelen
Met citroensap of met mierikswortel,
Maar bij dit gerecht moet recht geschieden
En daarom garneer ik je
Met de gramschap van tomaat.
Zo, nu ik klaar ben
En jij helemaal gaar
Leg ik je neer
Op een bedje van sla.
Ja, met mes en vork
Bewijs ik je alle eer.
Roger M. J. De Neef 1941
Bron: De kou van liefde. Poëziecentrum, Gent 1999