Piet
Paaltjens
Dichter-dominee 1835 - 1894
Ontbijt Een dikke krant vandaag. Ik lees: Vier varkens aten jongetje van zes-. Van ieder dier weer een teveel: mijn faun is ochtendziek en tikt tot drie maal toe het kapje van mijn ei. Nog wat gebeurd? - vraag jij. Ik knik ontnuchterd en besef: Vrouw slaat de duivel in haar dochter dood met houten crucifix - . Je lacht en vraagt het wittebrood. Ik geef je zout. Mijn faun gelooft: Twaalf korrels voor een nieuw Nieuw Testament en voor dit pril verstand. Een dochter? Magdalena dan - . Je doopt de helft van je beschuit in thee. Te droog. Het brood is oud: ons rooster bij de buren in gebruik. Ik neem mijn laatste boterham dus dik belegd met jam. Maar hoor: er is weer iemand met een hamer in de flat. Doorkruist gebed. De buurvrouw kreeg een schilderij. Ik zoek een ander huis. Arie van den Berg 1948 Uit: Mijn broertje kende nog geen kroos. De Bezige Bij, Amsterdam 1970 |