Boek Piet Paaltjens                                   Piet Paaltjens  Dichter-dominee  1835 - 1894                             


Beginpagina

Jeugdjaren in Leeuwarden

Studententijd in Leiden

Predikant in Foudgum

Predikant in Den Helder

Predikant in Schiedam

Over Piet Paaltens

Culinaire citaten

Gedichten over eten en drinken

Culinaire bloemlezing

Culinaire links

Culinaire reizen, kooklessen

Contact  

    Roeltjen uit de Bontekoe

IJsbrant-baas heeft drokke nering;
Schoon een man van luttel praats,
Lokt zijn huis schier alle maats,
Wordt hij rijk van hun vertering.
Vraagt ge: waar komt dit bij toe?
Ga eens naar de Bonte Koe.

Frisscher krans hangt nergens buiten
Dan zijn groene wingerdtak;
Maar zoo daar zijn roem in stak,
Mocht hij op zijn duim wel fluiten,
De eene kwant riep d'aêr niet toe:
Gaat ge meê ter Bonte Koe?

Spieg'len kan er zich een pronker
In het tin van kroes en kan;
Maar zoo menig vroeden man,
Maar zoo menig hoofschen jonker
Lonkt er zoeter spiegel toe,
Gaan we naar de Bonte Koe!

IJsbrant-baas weet wel van wanten;
Om een flinke, knappe deern
Loopt de jonkheit ter taveern:
Mooie schenksters, duizend klanten:
Dochterlief brengt daar je toe,
Roeltjens uit de Bonte Koe!

Noch een fijn mennisten zusjen,
Noch een bloode pimpelmees,
Weet zij niets van angst of vrees
Voor een handdruk, voor een kusjen;
Toch laat zij niet alles toe,
Roeltjen uit de Bonte Koe.

Waaghals wie haar durft omvangen!
Want haar hand is geen fluweel;
Schorre strijkstok op de veêl
Van een paar gebaarde wangen,
Speelt zij rechts en links maar toe,
Roeltjen uit de Bonte Koe.

IJsbrant-baas houdt haar in eere:
Beugel, bouwen, haak en huik
Alles draagt zij pronk en puik,
Vrijers krijgt ze heinde en veere:
"Maar ik zie voor 't Roeltjen toe,"
Zegt de waard der Bonte Koe.

Als, om 't klappen van zijn schijven,
Haar een lansk van trouwen praat,
Of een wulp haar gadeslaat,
Die zijn boêl in 't riet liet drijven,
Roept hij: "Duimkruid hoort er toe,
Voor een waard der Bonte Koe."

"Vaderlief! wij hebben money,"
Zeit ze dan, "in overvloed.
"Zoudt ge zuur zien, zag ik zoet?"
En zij streelt zijn bolle trony;
"Roeltjens liefste, stem het toe,
"Wordt de waard der Bonte Koe."



E.J. Potgieter  1808 - 1875
Bron: "Hoog het Glas", bijeengebracht door Gustaaf Van Elring. 1926
Aangeboden door Wijnhandel Ferwerda en Tieman, Amsterdam