Boek Piet Paaltjens                                   Piet Paaltjens  Dichter-dominee  1835 - 1894                             


Beginpagina

Jeugdjaren in Leeuwarden

Studententijd in Leiden

Predikant in Foudgum

Predikant in Den Helder

Predikant in Schiedam

Over Piet Paaltens

Culinaire citaten

Gedichten over eten en drinken

Culinaire bloemlezing

Culinaire links

Culinaire reizen, kooklessen

Contact  


Wijn?

I
Ach, ik schielijke voorstadbewoner
nooit helemaal uitgeslapen
democraat, met slordige zorgen
met onverschilligheid en verkiezingsbiljetten
bewapend, niet alleen vervreemd
van vlees en bloed,
maar zelfs van die enkele woorden
waarin het goed was, de eenvoud
van wijn en zout,
en angst in een slecht geweten wegmoffelend,
 glimlachend en schichtig, en ziek
van afwasmiddelen, ziek van plastic
gebruiksvoorwerpen, ziek van consumptiebonnen,
tijdschriften en detailhandels,
ziek van het niet praten
over de bewapeningswedloop, en het wel
praten, af en toe, en die soms vol gaten
vallende, als een nylonkous
ladderende wanhoop, en als de dood
voor lyriek,
wijn? ik moet er wel even aan wennen,
het woord is bijna verboden
ik heb de ademnood van deze beschaving
en zo'n hap taal is al te groot.

II
Maar tenslotte, mijn vader van eertijds
driftig en voor zijn dood
een meer dan levensgroot
ambtenaar sleepte van huis tot huis
rekken flessen mee waarin
hij steeds ouder werd,
ze stamden nog uit de oorlog
toen hij de rook van veenbranden
als een natte deken oplichtte
van het Groninger land
en hij ze van daaronder weggriste
uit de buurt van Stadskanaal.

III
Maar tenslotte, met zestien jaar
werd ik verslonden door het ideaal
van de dichter, die oud, kaal
en zalig en bijna dronken

een godganse oude dag
zou zitten bij het haardvuur,
zoals Yeats eertijds verzonken
in wat ik toen voor groots aanzag.

en hardop, met het hoofd in de nek
loeide ik dat ik zo worden
zou: een verdorde
en verheven grote gek.

IV
En tenslotte in dat vereenzaamde
jaar van dwaaltochten, die lege
winderige extase nabij Laan Copes
onschuldige waanzin
waarvoor ik me schaamde;
van achter in dat koude huis
aan de Scheveningse Weg
viste ik nog zonder lichaam
met een strik van ijzerdraad
een van die zwarte flessen
uit de kelder,
en vergeten en ten einde raad
stond ik gekleed onder de douche
mijn dorst te lessen
aan het dichterschasp
dat nog altijd als natte kleren
blijft plakken op mijn huid
geschrokken en bekoeld
van wat ik nooit zo heb bedoeld.


Peter Berger 1936 - 2000
Bron: Om een bokaal vol wijn. 1967
Uitgeverij Van Lindonk. Amsterdam.
Een bundel met 24 verzen van eigentijdse Nederlandse dichters, uitgegeven bij het 125e wijnjaar van Robbers & Van den Hoogen n.v., Arnhem. 1842-1967