Boek Piet Paaltjens                                   Piet Paaltjens  Dichter-dominee  1835 - 1894                             


Beginpagina

Jeugdjaren in Leeuwarden

Studententijd in Leiden

Predikant in Foudgum

Predikant in Den Helder

Predikant in Schiedam

Over Piet Paaltens

Culinaire citaten

Gedichten over eten en drinken

Culinaire bloemlezing

Culinaire links

Culinaire reizen, kooklessen

Contact  


Het wildbraad.

wijze: Contre les chagrins de la vie.

Wat heeft de mensch al wondre streken!
'k Heb, als iets zekers, mij voorzegd,
Dat ons geen wildbraad zou ontbreken,
En ziet, het wordt ons aangeregt! bis.
Wie onzer, daarvan vies mogt kijken,
Ik neem zijn portie graag voor mij,
'k Laat hem met kalfs of rundvleesch strijken,
Er is hier keur, men kieze vrij! bis.

Geen kok was ik ooit toegenegen,
Die wildbraad van mijn tafel liet,
Vaak heeft er een den zak gekregen,
Zijn slappe kost beviel mij niet.
Een meid die goed weet op te disschen,
De pot beregt, zoo mij behaagt,
Ik wou haar voor geene andre missen,
Die beter schrobt, of veegt of raagt. bis.

Een kloek vernuft, durfde ons verklaren,
Hoe 't met de ziel des menschen gaat!
Mijn ziel moge in een vogel varen!
Ja, 'k mag het lijden, inderdaad! bis.
Maar 'k zal de hooge lucht betrekken,
Zoo dat geen jager mij verrast,
En geen van alle lekkerbekken,
Aan mijn gebraad zich ooit vergast. bis

Daar durf ik wel op in te tappen,
(Het geen ik, zoo gij weet, wel ken,)
Dat niemand me immer zal betrappen,
Wanneer ik eens een vogel ben. bis.
En zoo als wij zijn zaamgezeten,
Wij zweren 't met een roemer wijn:
Wij willen gaarne wildbraad eten,
Maar zelven niet gegeten zijn, bis.
Js. M. Pfeil  1786 - 1873
Uit: Mijne porte-feuille
S.n., Monnikendam 1828